De Europese Unie is in een schuldencrisis beland. Te grote tekorten in enkele Europese lidstaten maken ernstige ingrepen vanuit Brussel noodzakelijk. Voortaan zullen nationale begroting die niet in lijn zijn met de EU-regels leiden tot directe sancties. Door rood rijden wordt automatisch bestraft. Zo zien we dat België is gecorrigeerd; Nederland moet ook meer gaan korten. Wie streng is voor anderen, moet er ook zich zelf aan houden. Zo voorkomen we dat Europa opnieuw uit de bocht vliegt. Maar er is méér nodig dan stuurmanskunst op de financiële markten.
Hoe staan we er voor? Mondiaal gezien wordt Europa kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog woonde nog één op de vijf wereldbewoners hier, nu is dat één op de tien. Door de vergrijzing gaat dat naar één op de veertien. Kortom, onze basis in de wereld verandert snel. De globalisering dwingt ons ertoe nieuwe troefkaarten op tafel te leggen. Europa gaat niet alleen over financiëel beheer en de Euro maar ook over concurrentiekracht en banen. Pas deze week praten de regeringsleiders in Brussel op de top over deze thema’s. De hoogste tijd: naast beheren en controleren komt het nu aan op investeren en presteren.
Achter de schermen zijn onderhandelingen gestart over deze EU investering tot 2020. Het gaat daarbij om afdrachten van lidstaten aan Europa en hoe we deze miljarden uitgeven. Van het EU-budget komt veertig procent, zo’n 400 miljard Euro weer beschikbaar voor investeringen in de regio. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven kunnen intekenen op de zgn. EU 2020 agenda. Deze is gericht op “slimmer, duurzamer en de banen van straks”. Meestal betaalt Europa de helft, de rest wordt in de lidstaat op tafel worden gelegd. Voorheen kwamen ook fietspaden en rotondes in aanmerking. Daar gaat nu een streep door. Bij de projecten in de regio’s, steden en op het platteland moet de toegevoegde waarde voor het Europees economisch herstel worden aangetoond. Investeringen in de aanleg van supersnel breedband of de opwekking van duurzame energie scoren hoog. Ook wordt voorgesteld een groter aandeel aan kleine en middelgrote bedrijven toe te kennen. Zij zorgen immers voor de banengroei.
Wake up call
De nadruk wordt nu gelegd op samenwerking over de grenzen heen. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen door slimme samenwerking met partners in het buitenland hun positie versterken. We bouwen de Airbus in Toulouse, een Europees project waaraan Nederlandse bedrijven zoals Stork een essentiële bijdrage leveren. Nederland is ook top in het satelliet programma Galileo, waarmee Europa een nieuwe generatie GPS-diensten mogelijk maakt. In Eindhoven worden met EU steun medische apparaten gebouwd, wereldtop. Kortom: samenspelen in Europa levert voor wakkere Nederlandse spelers grote voordelen op. Slimme regio’s in Europa geven zo een antwoord op de concurrentie van de opkomende landen in Azië. Onze kennis is uitmuntend, we moeten onze rol in de productie en de markt slim blijven spelen. ASML in Veldhoven is voor mij hét voorbeeld. Maar dit geldt ook breder: Brainport Eindhoven is een voorbeeld in Europa.
Het is met de Nederlandse kennis zoals de Amerikanen het uitdrukken: ‘You use it, or you lose it.’ Ook voor Nederland én Brabant is hierbij in de nabije toekomst veel te winnen of te verliezen. Toen de Nederlandse regering onderhandelde in Europa over de regionale fondsen voor de periode 2007 tot en met 2013 koos zij al een afwijzende houding. EU fondsen alleen voor de armste regio’s van Europa, zo vond Den Haag. Op het allerlaatste moment ging men alsnog overstag.We zijn nu vijf jaar verder. Balkenende heeft plaatsgemaakt voor Rutte; we hebben een ministerie voor innovatie gekregen en Brainport is de slimste regio ter wereld. Toch is het Haagse verhaal uit 2005 hetzelfde gebleven. Tijd dus voor een wake up call.
Nederland niet buitenspel
Ik ben namens het Europees Parlement onderhandelaar voor de EU toekomstfondsen. Tegen de Brusselse stroom in tracht de Nederlandse regering de regionale fondsen buiten Nederland te houden. De Nederlandse regering wil allereerst bezuinigen. Op zich juist, maar slechts de helft van het verhaal. Het mag niet “Penny wise, pound foulish” worden als het aan mij ligt. De toekomst zal het leren. Als Europarlementariër wijs ik erop dat Europa naast saneren ook moet willen stimuleren. Wil je bijblijven in de wereld, dan zullen we ook beter moeten samenwerken. Wil je mensen ook straks uitzicht op goede banen kunnen bieden, dan moeten we nu vooral investeren in innovatie en opleiding. In mijn boek “Investeren in de regio”geef ik aan hoe ik dat zie. Europa wordt kleiner en moet het anders en slimmer gaan spelen. Vooruit kijken betekent een goede positie kiezen. Immers, het is moeilijk scoren als je buitenspel staat.