Posted in januari 2012

Europa anders

De Europese Unie is in een schuldencrisis beland. Te grote tekorten in enkele Europese lidstaten maken ernstige ingrepen vanuit Brussel noodzakelijk. Voortaan zullen nationale begroting die niet in lijn zijn met de EU-regels leiden tot directe sancties. Door rood rijden wordt automatisch bestraft. Zo zien we dat België is gecorrigeerd; Nederland moet ook meer gaan korten. Wie streng is voor anderen, moet er ook zich zelf aan houden. Zo voorkomen we dat Europa opnieuw uit de bocht vliegt. Maar er is méér nodig dan stuurmanskunst op de financiële markten.
Hoe staan we er voor? Mondiaal gezien wordt Europa kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog woonde nog één op de vijf wereldbewoners hier, nu is dat één op de tien. Door de vergrijzing gaat dat naar één op de veertien. Kortom, onze basis in de wereld verandert snel. De globalisering dwingt ons ertoe nieuwe troefkaarten op tafel te leggen. Europa gaat niet alleen over financiëel beheer en de Euro maar ook over concurrentiekracht en banen. Pas deze week praten de regeringsleiders in Brussel op de top over deze thema’s. De hoogste tijd: naast beheren en controleren komt het nu aan op investeren en presteren.

Achter de schermen zijn onderhandelingen gestart over deze EU investering tot 2020. Het gaat daarbij om afdrachten van lidstaten aan Europa en hoe we deze miljarden uitgeven. Van het EU-budget komt veertig procent, zo’n 400 miljard Euro weer beschikbaar voor investeringen in de regio. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven kunnen intekenen op de zgn. EU 2020 agenda. Deze is gericht op “slimmer, duurzamer en de banen van straks”. Meestal betaalt Europa de helft, de rest wordt in de lidstaat op tafel worden gelegd. Voorheen kwamen ook fietspaden en rotondes in aanmerking. Daar gaat nu een streep door. Bij de projecten in de regio’s, steden en op het platteland moet de toegevoegde waarde voor het Europees economisch herstel worden aangetoond. Investeringen in de aanleg van supersnel breedband of de opwekking van duurzame energie scoren hoog. Ook wordt voorgesteld een groter aandeel aan kleine en middelgrote bedrijven toe te kennen. Zij zorgen immers voor de banengroei.

Wake up call
De nadruk wordt nu gelegd op samenwerking over de grenzen heen. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen door slimme samenwerking met partners in het buitenland hun positie versterken. We bouwen de Airbus in Toulouse, een Europees project waaraan Nederlandse bedrijven zoals Stork een essentiële bijdrage leveren. Nederland is ook top in het satelliet programma Galileo, waarmee Europa een nieuwe generatie GPS-diensten mogelijk maakt. In Eindhoven worden met EU steun medische apparaten gebouwd, wereldtop. Kortom: samenspelen in Europa levert voor wakkere Nederlandse spelers grote voordelen op. Slimme regio’s in Europa geven zo een antwoord op de concurrentie van de opkomende landen in Azië. Onze kennis is uitmuntend, we moeten onze rol in de productie en de markt slim blijven spelen. ASML in Veldhoven is voor mij hét voorbeeld. Maar dit geldt ook breder: Brainport Eindhoven is een voorbeeld in Europa.
Het is met de Nederlandse kennis zoals de Amerikanen het uitdrukken: ‘You use it, or you lose it.’ Ook voor Nederland én Brabant is hierbij in de nabije toekomst veel te winnen of te verliezen. Toen de Nederlandse regering onderhandelde in Europa over de regionale fondsen voor de periode 2007 tot en met 2013 koos zij al een afwijzende houding. EU fondsen alleen voor de armste regio’s van Europa, zo vond Den Haag. Op het allerlaatste moment ging men alsnog overstag.We zijn nu vijf jaar verder. Balkenende heeft plaatsgemaakt voor Rutte; we hebben een ministerie voor innovatie gekregen en Brainport is de slimste regio ter wereld. Toch is het Haagse verhaal uit 2005 hetzelfde gebleven. Tijd dus voor een wake up call.

Nederland niet buitenspel
Ik ben namens het Europees Parlement onderhandelaar voor de EU toekomstfondsen. Tegen de Brusselse stroom in tracht de Nederlandse regering de regionale fondsen buiten Nederland te houden. De Nederlandse regering wil allereerst bezuinigen. Op zich juist, maar slechts de helft van het verhaal. Het mag niet “Penny wise, pound foulish” worden als het aan mij ligt. De toekomst zal het leren. Als Europarlementariër wijs ik erop dat Europa naast saneren ook moet willen stimuleren. Wil je bijblijven in de wereld, dan zullen we ook beter moeten samenwerken. Wil je mensen ook straks uitzicht op goede banen kunnen bieden, dan moeten we nu vooral investeren in innovatie en opleiding. In mijn boek “Investeren in de regio”geef ik aan hoe ik dat zie. Europa wordt kleiner en moet het anders en slimmer gaan spelen. Vooruit kijken betekent een goede positie kiezen. Immers, het is moeilijk scoren als je buitenspel staat.

Slimme regio’s spelen in op nieuwe koers van EU

Terwijl de aandacht vooral uitgaat naar de eurocrisis slaat de EU andere wegen in met investeringen die de Europese economie versterken. Brainport Eindhoven geldt als een voorbeeld.

De Europese Unie is het afgelopen jaar in een vertrouwenscrisis gekomen. Te grote schulden in de Europese landen hebben tot ingrepen geleid. Tekorten in de nationale begrotingen zullen in de Eurolanden leiden tot automatische sancties; toezicht vooraf moet voorkomen dat we opnieuw uit de bocht vliegen. Maar er is méér dan de onzekerheden op de financiële markten. Mondiaal gezien wordt Europa kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog woonde nog één op de vijf wereldbewoners hier, nu is dat één op de tien. Door de vergrijzing gaat dat naar één op de veertien. Kortom, onze rol in het mondiale spel verandert snel. De globalisering dwingt ons ertoe nieuwe troefkaarten op tafel te leggen.

Europa gaat niet alleen over de euro maar ook over concurrentiekracht. Naast beheren en controleren van de uitgaven moeten we praten over investeren. Onzichtbaar voor de media heeft de Europese Commissie besloten tot een andere koers. Kern van deze koers: de landen niet alleen aan beperkte schulden binden, maar óók aan gerichter investeren.

Inmiddels zijn de onderhandelingen over de betrokken EU-miljarden gestart. Het gaat daarbij om de afdrachten aan Europa en de toekomstige uitgaven. Van het EUbudget komt veertig procent beschikbaar in onderzoeks- en innovatiefondsen voor overheden, instellingen en bedrijven. Meestal betaalt Europa de helft, de rest moeten anderen op tafel leggen. Terwijl het geld voorheen aan van alles en nog wat werd besteed, worden nu sterke beperkingen gesteld. Bij de projecten in de regio’s en op het platteland moet de toegevoegde waarde voor het Europees herstel aantoonbaar zijn. Voorstel uit Brussel: tachtig procent naar innovatie, twintig procent naar de opwekking van duurzame energie. Bovendien zal een groter aandeel van de gelden bij kleine en middelgrote bedrijven terecht komen. Zij zorgen voor het overgrote deel van de banengroei.

Daarnaast wordt de nadruk gelegd op samenwerking over de grenzen heen. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen door slimme samenwerking hun positie versterken. We bouwen de Airbus in Toulouse, een Europees project waaraan Nederlandse bedrijven zoals Stork een essentiële bijdrage leveren. Dit geldt ook voor het satelliet programma Gallileo, waarmee Europa een nieuwe generatie technologie en GPS-diensten mogelijk maakt. Kortom: samenspelen in Europa levert voor wakkere Nederlandse spelers grote voordelen op. Deze samenwerking houdt Europa in de komende decennia in de wereldwijde kopgroep van bedrijven en kennisinstellingen. Onze kennis is uitmuntend, we moeten onze rol in de productie en de markt slim blijven spelen. Het is zoals de Amerikanen het uitdrukken: ‘You use it, or you loose it.’

Het ziet er naar uit dat de EU-begroting een omvang houdt van ongeveer 1 procent van de nationale economie. Daarmee kunnen we vooruit. We moeten vooral de gelden anders uitgeven. Dit kan door af te stappen van de traditionele enveloppen met subsidie. In plaats daarvan gaat Europa naar garantstellingen en leningen. Daarmee is al ervaring opgedaan. Zo hebben bedrijven in Eindhoven 200 miljoen euro aan garanties gekregen via de Europese Investerings Bank (EIB) voor baanbrekende apparatuur voor de toediening van medicijnen. Omdat Europa tot 2020 garant staat voor de ontwikkeling van deze unieke behandelmethode, zijn banken wel bereid gelden beschikbaar te stellen. Gevolg: een consortium van Europese bedrijven krijgt in een gure financiële markt mogelijkheden om wereldwijd als nummer één uit de bus te komen. Het belang zit erin dat hiermee de Europese fondsen beter renderen en bovenal kennis en kunde in onze regio blijft, waarmee onze hoogwaardige maakindustrie vooruit kan.

De nieuw ingezette koers heet EU 2020. Het gaat steeds om drie doelen: de EU tot het jaar 2020 slimmer en duurzamer maken en daarmee voor banen zorgen. De landen komen voor de EU-fondsen in aanmerking als een contract wordt afgesloten met Brussel. Samen sterker, zo redeneert Europa. Weg met de vrijblijvendheid, waarbij de ene hand niet weet wat de andere hand uitgeeft voor onderzoek en innovatie.

We zien dat slimme regio’s deze taak al oppakken. Brainport Eindhoven geldt hier als voorbeeld. De partners in Brainport weten wat er elders in Europa al gebeurt. Daarom vraagt Brussel aan alle landen met hun regio’s en steden zich te specialiseren. Niet langer geld versnipperen, maar inzetten op slimme regio’s. Met twintig zelfbewuste en samenwerkende Brainports in Europa krijgen we de weg naar boven te pakken, zo redeneert men in Brussel.

In Nederland kunnen we uitstekend uit de voeten met EU 2020. Den Haag ontwikkelt al voorstellen voor topsectoren van kennis en industrie. We hebben Europese topspelers genoeg: van food tot nanotechnologie, van bio-based economy tot life science en slimme energietoepassingen. Van Greenport tot Blueport, om in het Europese jargon te spreken.

De komende jaren ben ik rapporteur en onderhandelaar in het Europees Parlement voor de toekomstfondsen (336 miljard tot 2020). Het regionaal beleid en ‘EU 2020′ zijn onverkort populair in het Europees Parlement.

Het gaat om onze troefkaarten in de wereldconcurrentie. Interessant werk, voor het eerst heeft het Europees Parlement het recht van volledige medebeslissing, op gelijke basis met de nationale ministers.

Door Lambert van Nistelrooij, lid van het Europees Parlement voor het CDA. Op 13 januari presenteert hij in Den Haag zijn boek ‘Investeren in de Regio’.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 953 other followers