You use it or you lose it!

“You use it or you lose it” (Gebruik het of verlies het). Dit is een veel gebruikt gezegde door de Amerikanen. We moeten de Euro’s anders gaan besteden. Het nieuwe programma van de EU is de EU 2020 strategie. Dit programma gaat uit van een slimme, duurzame EU en een Europese Unie die de armoede nog meer aanpakt. Nergens anders in de wereld zijn landen zo solidair met elkaar. U kent het wel, die borden in uw gemeente of op andere locaties met daarop: Mede mogelijk gemaakt met fondsen van de Europese Unie. Op 13 januari jl. presenteerde ik tijdens een conferentie in Den Haag het boek ‘Investeren in de regio’. “Het kabinet moet afstappen van zijn standpunt dat 336 miljard euro aan Europees geld voor vernieuwend regionaal beleid tussen 2014 en 2020 alleen in de armste regio´s binnen de EU wordt besteed. Alle Europese regio´s worden aangemoedigd voortgang te maken met de EU 2020 afspraken”, waarschuwde ik. “Andere regio’s kunnen ook veel van Brainport Eindhoven leren.” In het boek komt een reeks aan experts aan het woord met betrekking tot hoe de Europese Unie moet investeren in de arbeidsmarkt etc. O.a. oud-minister van Verkeer en huidig eurocommissaris Neelie Kroes legt uit waarom haar digitale agenda zo belangrijk is voor de Europese Unie. Neelie Kroes: “ICT is de sector van de toekomst. Het kan soms een cruciale rol spelen in maatschappelijke vraagstukken, zoals energieveiligheid.” Op mijn website: www.lambertvannistelrooij.nl kunt u klikken naar verschillende digitale beelden van dit boek.

Wilt u het werkboek in de reeks ‘Europa Dichtbij” aanvragen? Dat kan! Mail naar: martinbos@cdabrabant.nl. Ook heb ik een discussieforum op LinkedIn. Ga naar Groups en zoek naar “Europa Dichtbij”. Een van mijn vragen aan U: “Doen wij genoeg om de bureaucratie te verminderen?” Uiteraard ben ik ook voor de jongeren bereikbaar via Facebook. Zij zijn de toekomstige arbeidskrachten van de Europese Unie, en kunnen nu gebruikmaken van Europese subsidies, zoals een Erasmus beurs voor studie in een ander land binnen de EU. Jouw mening telt!

Ik ben woonachtig in Diessen (NB), en ben de Brabantse en Zeeuwse vertegenwoordiger in de CDA-delegatie in het Europees Parlement. Ik houd mij onder andere bezig met het rapporteurschap regionaal beleid. Ik won eind vorig jaar de Award voor Europarlementariër van het jaar met betrekking tot regionaal beleid, en ben daar zeer trots op. Het is een teken dat regionaal beleid leeft! Ik was al in de jaren 90 als gedeputeerde voor de provincie Brabant warm pleitbezorger voor de positie van regio’s in de Europese Unie.

Noot voor de redactie: meer informatie via lambert.vannistelrooij@europarl.europa.eu.

Europa anders

De Europese Unie is in een schuldencrisis beland. Te grote tekorten in enkele Europese lidstaten maken ernstige ingrepen vanuit Brussel noodzakelijk. Voortaan zullen nationale begroting die niet in lijn zijn met de EU-regels leiden tot directe sancties. Door rood rijden wordt automatisch bestraft. Zo zien we dat België is gecorrigeerd; Nederland moet ook meer gaan korten. Wie streng is voor anderen, moet er ook zich zelf aan houden. Zo voorkomen we dat Europa opnieuw uit de bocht vliegt. Maar er is méér nodig dan stuurmanskunst op de financiële markten.
Hoe staan we er voor? Mondiaal gezien wordt Europa kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog woonde nog één op de vijf wereldbewoners hier, nu is dat één op de tien. Door de vergrijzing gaat dat naar één op de veertien. Kortom, onze basis in de wereld verandert snel. De globalisering dwingt ons ertoe nieuwe troefkaarten op tafel te leggen. Europa gaat niet alleen over financiëel beheer en de Euro maar ook over concurrentiekracht en banen. Pas deze week praten de regeringsleiders in Brussel op de top over deze thema’s. De hoogste tijd: naast beheren en controleren komt het nu aan op investeren en presteren.

Achter de schermen zijn onderhandelingen gestart over deze EU investering tot 2020. Het gaat daarbij om afdrachten van lidstaten aan Europa en hoe we deze miljarden uitgeven. Van het EU-budget komt veertig procent, zo’n 400 miljard Euro weer beschikbaar voor investeringen in de regio. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven kunnen intekenen op de zgn. EU 2020 agenda. Deze is gericht op “slimmer, duurzamer en de banen van straks”. Meestal betaalt Europa de helft, de rest wordt in de lidstaat op tafel worden gelegd. Voorheen kwamen ook fietspaden en rotondes in aanmerking. Daar gaat nu een streep door. Bij de projecten in de regio’s, steden en op het platteland moet de toegevoegde waarde voor het Europees economisch herstel worden aangetoond. Investeringen in de aanleg van supersnel breedband of de opwekking van duurzame energie scoren hoog. Ook wordt voorgesteld een groter aandeel aan kleine en middelgrote bedrijven toe te kennen. Zij zorgen immers voor de banengroei.

Wake up call
De nadruk wordt nu gelegd op samenwerking over de grenzen heen. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen door slimme samenwerking met partners in het buitenland hun positie versterken. We bouwen de Airbus in Toulouse, een Europees project waaraan Nederlandse bedrijven zoals Stork een essentiële bijdrage leveren. Nederland is ook top in het satelliet programma Galileo, waarmee Europa een nieuwe generatie GPS-diensten mogelijk maakt. In Eindhoven worden met EU steun medische apparaten gebouwd, wereldtop. Kortom: samenspelen in Europa levert voor wakkere Nederlandse spelers grote voordelen op. Slimme regio’s in Europa geven zo een antwoord op de concurrentie van de opkomende landen in Azië. Onze kennis is uitmuntend, we moeten onze rol in de productie en de markt slim blijven spelen. ASML in Veldhoven is voor mij hét voorbeeld. Maar dit geldt ook breder: Brainport Eindhoven is een voorbeeld in Europa.
Het is met de Nederlandse kennis zoals de Amerikanen het uitdrukken: ‘You use it, or you lose it.’ Ook voor Nederland én Brabant is hierbij in de nabije toekomst veel te winnen of te verliezen. Toen de Nederlandse regering onderhandelde in Europa over de regionale fondsen voor de periode 2007 tot en met 2013 koos zij al een afwijzende houding. EU fondsen alleen voor de armste regio’s van Europa, zo vond Den Haag. Op het allerlaatste moment ging men alsnog overstag.We zijn nu vijf jaar verder. Balkenende heeft plaatsgemaakt voor Rutte; we hebben een ministerie voor innovatie gekregen en Brainport is de slimste regio ter wereld. Toch is het Haagse verhaal uit 2005 hetzelfde gebleven. Tijd dus voor een wake up call.

Nederland niet buitenspel
Ik ben namens het Europees Parlement onderhandelaar voor de EU toekomstfondsen. Tegen de Brusselse stroom in tracht de Nederlandse regering de regionale fondsen buiten Nederland te houden. De Nederlandse regering wil allereerst bezuinigen. Op zich juist, maar slechts de helft van het verhaal. Het mag niet “Penny wise, pound foulish” worden als het aan mij ligt. De toekomst zal het leren. Als Europarlementariër wijs ik erop dat Europa naast saneren ook moet willen stimuleren. Wil je bijblijven in de wereld, dan zullen we ook beter moeten samenwerken. Wil je mensen ook straks uitzicht op goede banen kunnen bieden, dan moeten we nu vooral investeren in innovatie en opleiding. In mijn boek “Investeren in de regio”geef ik aan hoe ik dat zie. Europa wordt kleiner en moet het anders en slimmer gaan spelen. Vooruit kijken betekent een goede positie kiezen. Immers, het is moeilijk scoren als je buitenspel staat.

Slimme regio’s spelen in op nieuwe koers van EU

Terwijl de aandacht vooral uitgaat naar de eurocrisis slaat de EU andere wegen in met investeringen die de Europese economie versterken. Brainport Eindhoven geldt als een voorbeeld.

De Europese Unie is het afgelopen jaar in een vertrouwenscrisis gekomen. Te grote schulden in de Europese landen hebben tot ingrepen geleid. Tekorten in de nationale begrotingen zullen in de Eurolanden leiden tot automatische sancties; toezicht vooraf moet voorkomen dat we opnieuw uit de bocht vliegen. Maar er is méér dan de onzekerheden op de financiële markten. Mondiaal gezien wordt Europa kleiner. Na de Tweede Wereldoorlog woonde nog één op de vijf wereldbewoners hier, nu is dat één op de tien. Door de vergrijzing gaat dat naar één op de veertien. Kortom, onze rol in het mondiale spel verandert snel. De globalisering dwingt ons ertoe nieuwe troefkaarten op tafel te leggen.

Europa gaat niet alleen over de euro maar ook over concurrentiekracht. Naast beheren en controleren van de uitgaven moeten we praten over investeren. Onzichtbaar voor de media heeft de Europese Commissie besloten tot een andere koers. Kern van deze koers: de landen niet alleen aan beperkte schulden binden, maar óók aan gerichter investeren.

Inmiddels zijn de onderhandelingen over de betrokken EU-miljarden gestart. Het gaat daarbij om de afdrachten aan Europa en de toekomstige uitgaven. Van het EUbudget komt veertig procent beschikbaar in onderzoeks- en innovatiefondsen voor overheden, instellingen en bedrijven. Meestal betaalt Europa de helft, de rest moeten anderen op tafel leggen. Terwijl het geld voorheen aan van alles en nog wat werd besteed, worden nu sterke beperkingen gesteld. Bij de projecten in de regio’s en op het platteland moet de toegevoegde waarde voor het Europees herstel aantoonbaar zijn. Voorstel uit Brussel: tachtig procent naar innovatie, twintig procent naar de opwekking van duurzame energie. Bovendien zal een groter aandeel van de gelden bij kleine en middelgrote bedrijven terecht komen. Zij zorgen voor het overgrote deel van de banengroei.

Daarnaast wordt de nadruk gelegd op samenwerking over de grenzen heen. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen door slimme samenwerking hun positie versterken. We bouwen de Airbus in Toulouse, een Europees project waaraan Nederlandse bedrijven zoals Stork een essentiële bijdrage leveren. Dit geldt ook voor het satelliet programma Gallileo, waarmee Europa een nieuwe generatie technologie en GPS-diensten mogelijk maakt. Kortom: samenspelen in Europa levert voor wakkere Nederlandse spelers grote voordelen op. Deze samenwerking houdt Europa in de komende decennia in de wereldwijde kopgroep van bedrijven en kennisinstellingen. Onze kennis is uitmuntend, we moeten onze rol in de productie en de markt slim blijven spelen. Het is zoals de Amerikanen het uitdrukken: ‘You use it, or you loose it.’

Het ziet er naar uit dat de EU-begroting een omvang houdt van ongeveer 1 procent van de nationale economie. Daarmee kunnen we vooruit. We moeten vooral de gelden anders uitgeven. Dit kan door af te stappen van de traditionele enveloppen met subsidie. In plaats daarvan gaat Europa naar garantstellingen en leningen. Daarmee is al ervaring opgedaan. Zo hebben bedrijven in Eindhoven 200 miljoen euro aan garanties gekregen via de Europese Investerings Bank (EIB) voor baanbrekende apparatuur voor de toediening van medicijnen. Omdat Europa tot 2020 garant staat voor de ontwikkeling van deze unieke behandelmethode, zijn banken wel bereid gelden beschikbaar te stellen. Gevolg: een consortium van Europese bedrijven krijgt in een gure financiële markt mogelijkheden om wereldwijd als nummer één uit de bus te komen. Het belang zit erin dat hiermee de Europese fondsen beter renderen en bovenal kennis en kunde in onze regio blijft, waarmee onze hoogwaardige maakindustrie vooruit kan.

De nieuw ingezette koers heet EU 2020. Het gaat steeds om drie doelen: de EU tot het jaar 2020 slimmer en duurzamer maken en daarmee voor banen zorgen. De landen komen voor de EU-fondsen in aanmerking als een contract wordt afgesloten met Brussel. Samen sterker, zo redeneert Europa. Weg met de vrijblijvendheid, waarbij de ene hand niet weet wat de andere hand uitgeeft voor onderzoek en innovatie.

We zien dat slimme regio’s deze taak al oppakken. Brainport Eindhoven geldt hier als voorbeeld. De partners in Brainport weten wat er elders in Europa al gebeurt. Daarom vraagt Brussel aan alle landen met hun regio’s en steden zich te specialiseren. Niet langer geld versnipperen, maar inzetten op slimme regio’s. Met twintig zelfbewuste en samenwerkende Brainports in Europa krijgen we de weg naar boven te pakken, zo redeneert men in Brussel.

In Nederland kunnen we uitstekend uit de voeten met EU 2020. Den Haag ontwikkelt al voorstellen voor topsectoren van kennis en industrie. We hebben Europese topspelers genoeg: van food tot nanotechnologie, van bio-based economy tot life science en slimme energietoepassingen. Van Greenport tot Blueport, om in het Europese jargon te spreken.

De komende jaren ben ik rapporteur en onderhandelaar in het Europees Parlement voor de toekomstfondsen (336 miljard tot 2020). Het regionaal beleid en ‘EU 2020′ zijn onverkort populair in het Europees Parlement.

Het gaat om onze troefkaarten in de wereldconcurrentie. Interessant werk, voor het eerst heeft het Europees Parlement het recht van volledige medebeslissing, op gelijke basis met de nationale ministers.

Door Lambert van Nistelrooij, lid van het Europees Parlement voor het CDA. Op 13 januari presenteert hij in Den Haag zijn boek ‘Investeren in de Regio’.

Column: Europese waarden… de moeite waard

Afgelopen vrijdag was ik forumlid op de Universiteit van Tilburg. Daar werden de resultaten besproken van de “Europese Waarden Studie”. Zo’n 70.000 mensen in verschillende Europese landen is gevraagd naar hun opvattingen over politiek, godsdienst, welzijn, werk, familie en over de maatschappij. Ook de opvatting van burgers over Europa is erin opgenomen.
Zo’n studie, waarin burgers om de 9 jaar vragen krijgen voorgelegd geeft zicht op veranderingen over een langere periode. Het Tilburgse Onderzoek, waaraan 46 andere universiteiten en instellingen meedoen, is nu voor de vierde keer gehouden. We horen het alom: Nederlanders worden steeds egoïstischer. De samenleving verhardt . We geven steeds minder om elkaar. Alles moet maar kunnen. Het zijn de cultuurpessimisten die ons waarschuwen voor een onpersoonlijk en in onszelf gekeerd Nederland.

Welnu, zo’n vaart loopt het niet. Het onderzoek komt tot een andere conclusie. Op grond van het onderzoek is er geen reden de cultuurpessimisten gelijk te geven. De waarden van de Nederlanders, we bedoelen dan de vraag naar wat we belangrijk vinden, duiden niet op een moreel verval. Nederlanders blijven solidair en maatschappelijk betrokken. Individualisering blijkt goed te kunnen samengaan met sociale betrokkenheid. Dit blijkt zelfs een erg sterke combinatie.
Er is geen” alles moet kunnen” mentaliteit ontstaan. Nederlanders zijn zeer afkerig van bedrog en oneerlijkheid, het aannemen van steekpenningen, joyriding, maar ook zwartrijden en liegen. Het gaat om zaken die anderen of de publieke zaak schaden. De onderzoekers noemen dit de publieke moraliteit. Aan de andere kant ziet men wel meer ruimte in wat men de privé-moraliteit noemt . Dan duiden we op de steeds ruimere acceptatie van abortus, euthanasie, homosexualiteit en echtscheiding.
Ook op de vraag of men gelukkig is, scoren we goed. Met 56% zeer gelukkig en 41% tamelijk gelukkige Nederlanders is Nederland, samen met IJsland het meest gelukkige land in Europa. We scoren op een schaal van één tot tien een acht. Maar ook het huwelijk blijkt niet te hebben afgedaan. Integendeel zelfs: de meeste Nederlanders vinden dat het huwelijk geen ouderwets instelling is.

Een interessante vraag is ook of we ons intussen meer Europeaan zijn gaan voelen. Niks daarvan, zo blijkt. Nog geen 10 % geeft als eerste aan zich Europeaan te voelen. De cijfers leren ons dat de mensen zich meer herkennen in de eigen gemeente, regio en het land. Zo iets van “ ik ben Oisterwijker, Brabander en Nederlander”. Het subnationale, tussen het locale en de nationale staat vormt de sterkste combinatie. Terwijl weinig mensen zich verbinden met Europa, doen zij dat wel met hun regio. Ik merk dat ook in mijn werk in Brussel. Collega parlementariërs vertellen met trots over de regio waarin men woont. Niet gek dat het regionaal beleid, ook in een tijd van crisis wordt voortgezet.

U merkt het: ik heb veel waardering voor het werk in Tilburg. In een tijd van crisis is het belangrijk aan te sluiten bij breed gedragen waarden, ook in Europa is dit van groot belang. Wilt U daar mee van weten, kijk dan even op de website www.lambertvannistelrooij.nl

Getagged

Europa Dichtbij

Europa dichterbij… Het zit Europa dezer dagen niet mee. Problemen en onzekerheden op financieel en economisch terrein brengen velen tot de conclusie dat de samenwerking te ver is gegaan. Ik kijk er echter anders tegenaan. Europa moet vooral een project zijn van slimmer samenwerken.. . Geïnteresseerd? Lees dan vooral verder. In het Europees parlement ben ik onlangs aangewezen tot rapporteur voor de regionale fondsen 2014-2020. We gaan nu een koers uitzetten, waarmee provincies en gemeenten vooruit kunnen. De Europese Commissie heeft voorgesteld voor Nederland zo’n 1,5 miljard Euro vrij te maken.

Den Haag is geen voorstander van deze subsidiestroom. Ik verwacht dat deze er wél komt. Het is vooral trigger-money. Immers Europa beperkt zich tot 50%, de rest moet in de lidstaat worden opgebracht. Hoe gaat het in z’n werk? De projecten moeten bijdragen aan de EU 2020 afspraken. Slimmer, groener en mensen aan het werk, daar gaat het ons om. Hiervoor hebben de lidstaten al ingestemd met concrete streefcijfers voor ondermeer opleiding, arbeidsdeelname en energie. Elk land krijgt de gelegenheid met de Europese Commissie een contact te sluiten over het gewenst maatwerk. Deze aanpak is nieuw. Bovendien worden lidstaten uitgesloten als zie niet voldoen aan de afspraken rond de nationale begrotingen. Je kunt niet zomaar trekken uit de fondsen en er vervolgens weer een potje van maken. Maar we zijn het nog lang niet eens; er zitten nog veel voetangels en klemmen. De financiële crisis maakt elke uitkomst onzeker.

Als rapporteur onderhandelen we hierover met de Europese Raad, waarin hiervoor doorgaans de ministers van Economische Zaken meedoen. Voor gemeenten en provincies is het oppassen geblazen. Er is veel speelruimte voor de inkleuring in de lidstaten. Een paar valkuilen: -de lidstaat besluit het geld niet meer in de regio’s in te zetten maar er gaten in de eigen begroting mee te vullen; niet aanvaardbaar! -de lidstaat besluit besteedt het geld alleen aan topsectoren en niet aan de regionale agenda; niet aanvaardbaar! -de lidstaat renationaliseert de besteding van de gelden en richt een nationaal loket in , waar de regio’s mogen komen shoppen; niet aanvaardbaar! U begrijpt waar ik heen wil. Europa wil herkenbaar bijdragen aan projecten in de regio’s en gemeenten. Daarvoor zijn de regionale gelden bedoeld. Het Europees Parlement zal zeker vasthouden aan de decentrale inzet: de regio’s aan zet. Gelet op de krapte bij het Rijk zullen de regio’s voor de cofinanciering aan de bak moeten. Die moeten dan veel van de wel 50% aan cofinanciering op tafel brengen. Alleszins haalbaar omdat het we nu ook geld uit de private sfeer meetellen. Daarnaast zetten we de Europeese fondsen voortaan anders beschikbaar; we gaan over van subsidie naar garantstelling. Nu de banken niet thuis geven, brengt een garantie van de EIB daar snel verandering in. Als een project niet failliet kan gaan, staat men in de rij. Maar bovenal: we boeken zo meer resultaat uit elke Europese Euro.

Kortom: Europa dichterbij…de discussie is geopend. Alle aanleiding een koers uit te zetten. Naast beheren en controleren, gaat het mij om investeren. Niks ver weg, maar dichtbij en herkenbaar. Daar hebben ook burgers behoefte aan. Zo wordt Europa niet een project van ver weg, maar van onszelf. Het CDA heeft 10 discussiepunten on line gezet. Meepraten kan via onze linkedin-groep genaamd ‘Europa Dichtbij’.

Lambert van Nistelrooij Europarlementariër

Verkiezingen in Tunesië

Samen met 14 andere Europarlementariërs was ik verkiezingswaarnemer bij de eerste vrije verkiezingen van de Arabische Lente op zondag 23 october, in Tunesië. Voor veel kiezers was dit “de mooiste dag van hun leven”. Voorheen, onder President Ben Ali had alleen een kleine kliek wat te zeggen. De grootste winnaar van de verkiezingen lijkt dan ook de waardigheid en vrijheid waar zovelen in de Arabische wereld naar snakten. Dat gold ook voor Mohammed Bouazizi – de jongen straatverkoper wiens werk onmogelijk werd gemaakt door corruptie, armoede en uitzichtloosheid. Nog geen jaar geleden offerde hij zijn leven voor deze idealen door zelfverbranding.

Het enthousiasme en de hoop op een betere – meer democratische – toekomst was bij veel mensen dan ook direct voelbaar – met name bij jongeren. In grote getallen kwamen zij opdagen bij de kieslokalen in mijn waarnemerzone in Noord-Tunis. Enkelen lieten zelfs trots hun inkt gekleurde vinger zien waar ze net mee hadden gestemd. Maar bij zowel jong als oud, man of vrouw was er vreugde en hoop van de gezichten af te lezen. De opkomst was veel beter dan aanvankelijk werd verwacht; 90 procent van de geregistreerde stemgerechtigden is komen opdagen. Sommigen kieslokalen gingen zelfs eerder dicht omdat het hele district reeds was komen stemmen! Uiteraard waren er enkele onregelmatigden, en als waarnemers hebben wij deze aangemerkt als verbeterpunten voor volgende verkiezingen. Met name de registratie van kiezers, het managen van de niet-geregistreerden, en de weergave van de verkiezingsuitslagen kunnen beter. Maar het verkiezingsproces is grotendeels vrij, eerlijk en transparant verlopen. Een groot succes. Bovendien was het aandeel vrouwen dat deelnam aan de verkiezingen aanzienlijk – elke tweede gekozen kandidaat is een vrouw. De islamitische partij Ennahda heeft de meeste stemmen gehaald – tussen de 30 en 40 procent. Een samenwerking met twee kleinere seculieren partijen lijkt hierdoor noodzakelijk. Dit geeft Ennahda de kans om zich te bewijzen als gematigd islamitische partij, en tevens tegenover de seculiere verworvenheden waar de meerderheid van de Tunesiërs zo gehecht aan is – in het bijzonder de gelijkheid van man en vrouw. Zo zal deze coalitie van seculieren en islamieten in de verkozen grondwettelijke vergadering het komende jaar een grondwet kunnen ontwerpen die de scheiding van kerk en staat verzekerd.

Ik heb dan ook goede hoop dat Tunesië zich zal ontpoppen tot een volwaardige democratie, een model voor landen in de regio, en een sterke partner voor Europa. Des te groter het democratisch succes in Tunesië, des te groter de hervormingsdruk bij haar buren in Libië, Egypte en elders in de Arabische wereld. Europa, en Nederland zullen hier ook voordeel bij hebben. Tunesië was voor de Jasmijnrevolutie in januari vrijwel onbekend terrein voor Nederlandse investeerders (met uitzondering van de textielindustrie). Dat is jammer want met een met een relatief hoog opgeleide beroepsbevolking, aanzienlijke middenklasse, centrale ligging en massa´s potentieel voor het opwekken van zonneenergie heeft Tunesië goede papieren in de hand om buitenlandse, en ook Nederlandse investeringen aan te trekken. Een win-win situatie dus.

Hoe nu verder? De constitutionele raad gaat dit jaar nog een nieuwe interim-regering aanwijzen, in 2012 een nieuwe grondwet schrijven en dan voor 2013 nieuwe parlementaire verkiezingen uitschrijven. Voor mij is het belangrijk dat wij in Europa de Tunesiërs ons vertrouwen tonen gedurende deze periode, en dat we ons zo constructief mogelijk opstellen bij het geven van adviezen in deze democratische processen. Als lid van de Maghreb Delegatie in het Europees Parlement zie ik er dan ook naar uit dit te gaan doen door vast contact te leggen met de nieuw verkozen leden van de Tunesische constitutionele raad.

Ik zal dus de ontwikkelingen in Tunesië nauw op de voet blijven volgen, en u op de hoogte houden op lambertvannistelrooij.nl. U kunt mij ook volgen op twitter: @lvnistelrooij

Lambert van Nistelrooij

Moedige moeders

Tijdens mijn ‘ontmoetingsdag Europa’, op zaterdag 17 september jl. had ik de eer om de Europese Burgerschapsprijs uit te reiken. Deze prijs is vergelijkbaar met ‘het lintje’, zoals dat in Nederland kennen. Met dien verstande dat slechts aan 30 á 40 personen over heel Europa deze onderscheiding jaarlijks ten deel valt. Het Europees Parlement wil hiermee gewone burgers in de spotlight zetten. Een uitstekend initiatief, zeker nu Europa en de Euro zozeer onder druk staan. Een unieke onderscheiding dus. De prijs is twee weken geleden uitgereikt aan Jacques Groffen uit Breda. Een Brabander met een mooie staat van dienst, vooral in het verbeteren van de samenwerking aan onze zuidelijke landsgrens met Vlaanderen. Maar één ding springt er voor mij uit. Jacques zet zich in de voor de ‘Moedige Moeders’.

En daar wil ik het vandaag over hebben. Moedige Moeder wordt je nooit van harte. De moedige moeders hebben drie zaken gemeen hebben:

1. Zij hebben een kind dat verslaafd is geraakt aan drugs.

2. Zij hebben het probleem onderkend en met vallen en opstaan hun weg gevonden langs de hulpinstellingen.

3. Zij hebben de moed en de energie om erover te vertellen, vooral om dit voor anderen te voorkomen en waar nodig te helpen.

Dit vergt moed. De moed om het probleem te erkennen, maar ook om hulp te zoeken. Dat klinkt eenvoudig. Maar realiseer u hoe uw omgeving zou reageren wanneer het bekend zou worden dat uw zoon of dochter verslaafd is. Hoe zou de buurman reageren? De familie, de sportclub: “Heb je het al gehoord?”… Het is normaal en menselijk hiervoor bang te zijn. Moeilijk voor jezelf en moeilijk voor je kind. De Moedige Moeders zijn enkele jaren geleden gestart in Volendam en spelen inmiddels een belangrijke rol in de strijd tegen drugs en willen stem geven aan het leed dat meestal niet zichtbaar is. Inmiddels zijn er ook in Brabant groepen ontstaan, zoals in Valkenswaard, Bernheze en Rucphen. De moedige moeders hebben één centrale wens : een drugsvrije toekomst voor onze jongeren. Zij weten hoe destructief verdovende middelen kunnen zijn en getuigen erover. Drugs en drank zijn overal. Belangrijk is te weten dat softdrugs onschuldig lijken, maar in de afgelopen jaren steeds sterker zijn geworden. Van incidenteel gebruik komt men in een verslaving, die jongeren vaak een hele tijd kunnen verbergen. In een aantal gevallen komt het van kwaad tot erger en wordt het gewone leven er door verstoord. Schoolprestaties nemen af, hun leven verandert helemaal. De

Moedige Moeders vertellen vooral hun eigen verhaal. Elke verslaafde heeft namelijk een eigen aanleiding en een eigen verhaal. Soms fungeren de moeders enkel als uitlaatklep of luisterend oor, altijd met de intentie om te voorkomen dat het met andere jongeren zover komt. De gedecoreerde Jacques Groffen heeft het werk van de Moedige Moeders onder mijn aandacht gebracht. We hebben met hen gesproken op een openbare bijeenkomst in de Druiventros in Berkel Enschot. Ook heb ik hen in Brussel in het Europees Parlement ontvangen. Hun bezoek heeft ook daar indruk gemaakt. Het wordt tijd dat politici van alle partijen gaan luisteren naar hun verhaal. Nederland speelt een geheel eigen rol in het drugsbeleid. Nederland is Europees kampioen gedogen; dat is waar de Moedige Moeders voor waarschuwen. Het Nederlands drugsbeleid heeft juist in de grensgebieden tot veel overlast geleid.

Wist U dat tot voor kort tienduizenden drugstoeristen elk weekeinde de grens overkwamen? Steden als Maastricht en Venlo, Roosendaal en Bergen op Zoom en ook Terneuzen is dit te gortig geworden. Het is geen lolletje dat je wijk wordt bezocht door drugstoeristen, met enigste doel hun goedje te scoren. Jacques Groffen heeft zich hiertegen gekeerd. Hij heeft mij op diverse werkbezoeken naar deze gemeenten meegenomen. Talloze gesprekken zijn gevoerd met de buurtbewoners, met de gemeentebesturen en in Den Haag. Met de sluiting van veel coffieshops als resultaat. Daar mogen we hem en de velen anderen die daaraan hebben meegewerkt dankbaar voor zijn. Maar we zijn er nog niet. Het geluid van de Moedige Moeders is uiterst actueel en roept op te een meer restrictief drugsbeleid in ons land. Het beste aantal coffieshops in Nederland is nul coffieshops, zo is hun stelling.

Lambert van Nistelrooij

www.lambertvannistelrooij.eu
www.twitter.com/lvnistelrooij

Met mij in discussie over dit onderwerp? wordt dan lid van de linkedin-groep ‘Europa Dichtbij’!

Bescherming van kinderen op internet prioriteit

‘Eindelijk!’ Dat is wat ik dacht toen ik verleden week vernam dat deskundigen van het SCP de noodklok luidden ten aanzien van de privacy van kinderen op internet. ‘Nu begrijpt men de ernst’.

 In Europa ben ik reeds anderhalf jaar bezig geweest om het onderwerp op de agenda te zetten om onze eigen Eurocommissaris, mevrouw Kroes, en bedrijven zoals Facebook tot actie aan te zetten. De constateringen van het SCP sluiten aan bij de analyse die wij in Europa in 2010 hebben gemaakt. Onze conclusie destijds: De richtlijnen voor de privacy van burgers in het dataverkeer zijn hopeloos verouderd. U zult versteld staan, maar de meeste recente Europese richtlijn dateert van 1995, uit het pré-internet tijdperk zo te zeggen. Het is een mooi voorbeeld van hoe Europa moeite heeft bij de tijd te blijven. Terwijl de Europarlementariërs met Ipads door de gangen van het Europarlement lopen, hebben wij nog regels die gebaseerd zijn op data-uitwisseling via post, telefoon en fax.

 Naïviteit

Met de komst van internet en social media zoals Hyves, Facebook en Linkedin is de manier zoals wij met privacy en persoonlijke gegevens omgaan structureel veranderd. In veel opzichten is deze ontwikkeling positief geweest. Het privacy probleem is nog ernstiger dan door het SCP voorgesteld. Het SCP geeft aan dat 15% van de kinderen tussen de 9 en 16 jaar seksuele berichten en foto’s ontvangt. De oplossing zou liggen bij meer voorlichting.

Natuurlijk is voorlichting een middel om veel ongewenste situaties tegen te gaan, maar het is naïef te denken dat enkel met voorlichting het probleem wordt opgelost. Wat mij betreft moet de veiligheid van kinderen op internet beter geregeld worden. In een ongereguleerde omgeving kunnen kinderen niet alleen schade ondervinden door hun eigen acties, maar ook omdat kwaadwillenden vrij spel hebben.

 Zelfregulering werkt niet

De Europese Commissie tot op heden aangestuurd op zelfregulering. Deze zelfregulering heeft tot op heden weinig opgeleverd. Mijn oproep aan Facebook in 2010, om pagina’s van minderjarigen standaard niet-openbaar te laten zijn, bleef zonder reactie. Bedrijven zoals Facebook verdienen meer geld bij een goter aantal hits op hun sites. Inperking is in hun kringen dus niet populair. Het is mijn stellige overtuiging dat dit tot de primaire taak van overheden behoort: het gaat immers om de privacy van onze burgers. En die verantwoordelijkheid kan niet zomaar worden afgeschoven op commerciële partijen. Daarom pleit ik, naast voorlichting, voor nieuwe Europese richtlijnen voor gegevensbescherming. Het is belangrijk dit in Brussel aan te pakken. Dezelfde problemen doen zich immers ook voor in andere Europese landen. Wij moeten voorkomen dat er een lappendeken van nationale privacywetgevingen op dit punt ontstaat. Het probleem is internationaal, de oplossing ook.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 724 other followers